De magie van kaarslicht
Kaarsen zijn bij uitstek de sfeer- en stemmingsmakers in het interieur. Kaarslicht heeft immers iets bijzonders, iets geheimzinnigs. Daarmee heeft de kaars dus een echte functie gekregen in uw interieur; het scheppen van een positieve ambiance. Kaarslicht geeft een saamhorigheidsgevoel, het verbroedert. Waarom eigenlijk? Misschien omdat het heel ander licht is. Het is geen hard licht maar juist verzachtend. Bij kaarslicht zie je geen scherpe lijnen, alles is zachter, mooier, romantischer.
Dat veel consumenten graag een kaars ontsteken als sfeermaker, blijkt uit onderstaande tabel waar het verbruik van kaarsen in kilogrammen per jaar wordt weergegeven.
|
Land |
Verbruik per inwoner per jaar (jaar 2000) |
|
Nederland |
3,3 Kg |
|
Noorwegen |
3,0 Kg |
|
Zwitserland |
2,5 Kg |
|
Denemarken |
2,3 Kg |
|
Zweden |
2,1 Kg |
|
Finland |
1,6 Kg |
|
Duitsland |
1,6 Kg |
|
België |
0,7 Kg |
|
Frankrijk |
0,6 Kg |
Veel gestelde vragen:
Wat is een kaars eigenlijk?
Een kaars is een licht- en warmtebron die bestaat uit een brandbare pit, omgeven door een vaste, brandbare stof. Vroeger werd hiervoor meestal bijenwas gebruikt, maar dit was erg duur. In de negentiende eeuw werden paraffine en stearine ontdekt. Hierdoor kon men de productie van kaarsen industrialiseren. Paraffine en stearine worden nog steeds gebruikt, bijenwas nauwelijks nog. Alleen zeer ambachtelijke kaarsenmakerijen gebruiken het nog wel eens.
Hoe ‘werkt' een kaars eigenlijk?
Bij het aansteken van een kaars zorgt de hitte van de vlam ervoor dat het kaarsvet (paraffine of stearine) smelt. Het vloeibaar kaarsvet stijgt in de pit omhoog, net als bij een olielamp, en verdampt als het einde van de pit is bereikt. Deze damp verbrandt (reageert met de zuurstof uit de lucht). Deze verbranding veroorzaakt de hitte en licht. Doordat een deel van de brandstof gaat gloeien voordat het verbrandt, ontstaat het warme, gelige licht.
Hoe ‘oud' is de kaars?
Het is moeilijk na te gaan wanneer kaarsen in de vorm zoals we die nu kennen voor het eerst werden gebruikt.
Ver voor onze jaartelling gebruikten de Etrusken fakkels die veel op kaarsen leken…
De Romeinen (nazaten van de Etrusken) hadden de gewoonte om opgerold papyrus, gedrenkt in vet, te branden. Deze rolletjes noemden ze ‘candelae', hier is het woord ‘kaars' van afgeleid. Hiervan zijn helaas nog geen resten gevonden.
In de eerste eeuw na Christus vertelt een Latijns schrijver, Plinius de Jongere, in een van zijn werken dat zijn ‘candelae' bestonden uit draden van vlas omgeven door was.
De oudste kaarsenresten, tot nu toe, zijn gevonden in het Franse plaatsje Vaison, niet ver van Avignon. Deze stammen uit de tweede eeuw na Christus, en zijn dus ongeveer negentienhonderd jaar oud.
Nog een paar tips….
|
• Houd brandende kaarsen buiten bereik van kinderen en huisdieren. Een brandende kaars is geen speelgoed en de vacht van uw huisdier kan snel vlam vatten. |
|||||
|
• Verwijder alle verpakkingen voordat u een kaars aansteekt. |
|||||
|
• Een kaars brandt beter als de rand niet hoger is dan de pit. Snij daarom, met name stompkaarsen, regelmatig bij. |
|||||
|
• Fantasiekaarsen zijn vooral ontworpen ter decoratie. Reken daarom niet op een optimale brandkwaliteit en plaats ze in grote houders, ze kunnen behoorlijk druipen. |
|||||
PictogrammenOp de verpakking van al onze kaarsen staan pictogrammen die bij het gebruik in acht genomen moeten worden. Niet alle pictogrammen staan altijd vermeld. Diegenen die niet van toepassing zijn, worden niet geplaatst. |
|||||
|
Allereerst: Laat kaarsen nooit zonder toezicht branden. Neem onderstaande symbolen in acht; |
|||||
|
|
|||||
|
|
Plaats het theelicht in een rechaud met ventilatieopeningen. Een kaars heeft zuurstof nodig om te branden, zonder zuurstof dooft de kaars. Bovendien kan bij onvoldoende ventilatie de temperatuur in het rechaud oplopen. |
||||
|
|
|||||
|
|
Zet de kaars niet op de tocht. Een kaars die op de tocht staat walmt en druipt altijd. |
||||
|
|
|||||
|
|
Plaats een kaars nooit bij gordijnen of andere brandbare objecten. Het is tenslotte open vuur, voorzichtigheid is daarom altijd geboden. |
||||
|
|
|||||
|
|
Doof de kaars bij voorkeur met een kaarsendover. Dit voorkomt spatten kaarsvet op tafellaken, kleding, e.d. |
||||
|
|
|||||
|
|
Kaars nooit met water doven! |
||||
|
|
|||||
|
|
Plaats kaarsen minimaal 10 cm . uit elkaar. Kaarsen die te dicht bij elkaar staan verhitten elkaar onderling, waardoor ze kunnen gaan druipen. |
||||
|
|
|||||
|
|
Dit pictogram vermeldt de lengte en doorsnee van de kaars. |
||||
|
|
|||||
|
|
De brandduur in uren. Dit is nooit precies te bepalen, omdat de brandduur ook bepaald wordt door de omgevingstemperatuur, tocht en lengte van de pit. |
||||
|
|
|||||
|
|
Plaats kaarsen altijd rechtop. Een kaars die scheef staat druipt en walmt altijd. |
||||
|
|
|||||
|
|
De pit mag niet langer zijn dan 1 cm . Een langere pit zorgt voor walmen en flakkeren. Knip de pit zonodig bij voordat u de kaars aansteekt. |
||||
|
|
|||||
|
|
Plaats kaarsen op een onbrandbare kaarsenhouder. Het spreekt voor zich dat de kaars stevig moet staan en niet mag omvallen. |
||||
|
|
|||||
|
|
Laat kaarsen nooit zonder toezicht branden |
||||
